Onze dochter krijgt sinds kort kleedgeld. Dat zorgt voor interessante discussies thuis over de hoogte van het kleedgeld en wat er wel of niet zelf moet worden betaald.
Mede doordat we vanuit het kernteam de financiële balans van Geloof in IJsselstein over het afgelopen jaar hebben opgemaakt (dank voor ieders bijdrage) ervaren we opnieuw dat God voorziet. We hebben daarbij ook vooruitgekeken naar de komende jaren. Het thema financiën in de kerk, waar Wouter vanochtend een presentatie over gaf, bracht mij tot het besef dat ik met onze dochter nog nauwelijks heb gesproken over het geestelijke aspect van geld.
Namelijk: alles wat we ontvangen is genade. Ja, ook het geld waar je hard voor gewerkt hebt is in de eerste plaats genade van God. En zo dus ook het kleedgeld.
Wanneer begin je kinderen bewust te maken dat alles van God komt? En dat het goed is om met een deel van je geld anderen tot zegen te zijn?
Dat begint natuurlijk bij onszelf. De vraag is: hoe krijgt het thema geld en geven vorm in ons eigen leven?
Een checkvraag die ik mezelf stel is: hoeveel geef ik op jaarbasis uit aan ontspanning en vakanties? Is dat meer, minder of gelijk aan wat ik weggeef aan goede doelen?
Een andere vraag: is het voor mij haalbaar om, naar oudtestamentisch gebruik, 10% van mijn netto-inkomen weg te geven? (zie bijv. Numeri 18:21–24)
Niet omdat het moet, maar omdat het gaaf is om een deel van de middelen die ik uit genade ontvang, te herinvesteren in geloof en herstel in deze wereld. Op basis van de Bijbel zie ik geven aan goede doelen (net als geven aan de kerk) als investeren in het Koninkrijk van Jezus.
Geloof: Wij mogen met onze middelen investeren in het geloof van zoekers, van onze kinderen en van onszelf.
Vrede en gerechtigheid: Wij mogen investeren in het herstel van mensen dichtbij en ver weg die in moeilijke omstandigheden verkeren.
Het voert te ver om hier al het Bijbelonderwijs over geld te behandelen. Daarom sluit ik dit gedeelte namens het kernteam af met een vers uit Paulus’ tweede brief aan de Korintiërs:
"Iedereen moet voor zichzelf besluiten hoeveel hij wil geven. Je moet van harte geven, en niet omdat het verplicht is. Want God houdt van mensen die met vreugde geven."
(2 Korintiërs 9:7)
Mag God je zegenen met wijsheid, vrijheid, zegen en plezier in je omgang met geld en middelen, als onderdeel van Zijn Koninkrijk.
Ewoud