Tijdens de samenkomst van 18 januari liet Shirley zich dopen. In deze nieuwsbrief delen we een samenvatting van het getuigenis dat zij daarbij gaf, waarin ze vertelt over haar weg naar geloof, de strijd die ze onderweg tegenkwam en de trouw van God in haar leven.
In juni 2024 kwam Shirley voor het eerst bij Geloof in IJsselstein. Ze was zoekende en droeg het gevoel met zich mee dat ze door haar verleden niet welkom kon zijn bij God. Door haar werk was ze niet elke zondag aanwezig, maar elke keer dat ze kwam, werd ze geraakt door de overdenking. Al bij haar tweede of derde bezoek hoorde ze een Bijbelgedeelte dat alles veranderde: het verhaal uit Johannes 8 over de vrouw die door de Farizeeën werd veroordeeld, maar door Jezus werd vrijgesproken.
In dat verhaal herkende Shirley zichzelf. Ze begreep dat Jezus niet veroordeelt, maar uitnodigt tot een nieuw leven. Die ervaring gaf haar de moed om haar geloofsreis te vervolgen en deel te nemen aan de Alpha-cursus.
Met het groeien van haar geloof kwam ook strijd. Shirley herkende wat Jezus zegt in Mattheüs 10: dat het volgen van Hem soms verdeeldheid en pijn brengt, zelfs in de meest nabije relaties. In haar leven leidde dit tot spanning in haar huwelijk. Ze werd geconfronteerd met onbegrip, verwijten en het idee dat geloof iets voor “gekken” zou zijn. Toch bleef ze zoeken naar wat God van haar vroeg.
In die periode werd ze geraakt door 1 Korintiërs 7, waar staat dat God vrede wil voor mensen, ook wanneer een huwelijk niet standhoudt. De scheiding die volgde, bleek geen einde van haar geloof, maar juist een verdieping ervan. Shirley ervoer dat ze de strijd niet alleen hoefde te dragen. Ze vond kracht, vertrouwen en steun bij God en in de gemeente. Ze deed mee aan de vastentijd, deelde haar geloofsreis in een expositie en ervoer Gods leiding op praktische manieren, onder andere door onverwacht een woning toegewezen te krijgen.
De weg was niet gemakkelijk. In december twijfelde Shirley of ze haar doop en belijdenis moest uitstellen, omdat de strijd met haar ‘oude ik’ zo intens was. Ze beschreef het als “hemel en hel tegelijk”. Gesprekken met Ewoud en Carolien hielpen haar om inzicht te krijgen in haar angsten, verlangens en patronen. Ze besefte dat haar worsteling haar geloof niet ondermijnde, maar juist liet zien hoe diep haar verlangen was om bij Jezus te horen.
Het Bijbelgedeelte uit Marcus 2, waarin Jezus zegt dat Hij gekomen is voor zieke mensen en niet voor wie zichzelf rechtvaardig vinden, gaf de doorslag. Shirley begreep dat ze niet eerst ‘goed genoeg’ hoefde te zijn om bij Jezus te horen.