Daar stonden we. Met de auto aan de kant van de weg, in een rustige Duitse woonwijk. De plek waar we naartoe moesten was maar een paar honderd meter van waar we waren, maar het lukte ons maar niet om er te komen. Wegwerkzaamheden, tijdelijk eenrichtingsverkeer, het missen van borden en Google maps die deed alsof er niets aan de hand was:
We waren duidelijk de weg kwijt.
Tot er opeens een oudere man op zijn elektrische fiets naast ons stopte, op ons raam tikte en vroeg of we hulp nodig hadden. Toen we hem vertelden dat het niet lukte om de weg te vinden begreep hij meteen wat ons probleem was. Volgens hem hadden ze het ook nodeloos ingewikkeld gemaakt. Na een paar pogingen om de route uit te leggen kwam de man tot een besluit. "Volg mij maar!". En weg fietste de man.
We waren even verbouwereerd en reden dus niet direct achter hem aan. Toen hij al een stuk verderop zag dat wij niet volgden, maakte hij met weidse gebaren duidelijk dat we toch echt achter hem aan moesten. En zo begon een hilarische rit. Een oudere man op zijn elektrische fiets die midden op de weg voor een auto aan rijd en regelmatig gebarend laat weten wat de volgende stap is of om zelfs andere auto's even tegen te houden. Deze man was duidelijk op een missie.
Na een route die inderdaad niet heel simpel was, gebaarde de man dat we nu nog een keer linksaf moesten en dan zouden we er zijn. Uiteraard riepen we vanuit de auto een dank je wel naar hem toe, vergezeld met een applaus, terwijl de man doorfietste.
Ik moet nog vaak terugdenken aan dit moment tijdens onze vakantie. Wat bijzonder dat die man precies op dat moment langskwam. Het was namelijk een rustige woonwijk waar nauwelijks mensen waren. Maar ook bijzonder dat die man zoveel moeite deed om een paar Nederlandse toeristen uit de brand te helpen. Zou ik eigenlijk hetzelfde hebben gedaan? Of zou ik gewoon voorbij zijn gefietst? Eerlijk gezegd vermoed ik dat laatste. Wat dat betreft kan ik nog veel leren van die man.Â
Maar met het nieuwe thema waar we als Geloof in IJsselstein mee bezig gaan, moet ik ook denken aan het volgen van Jezus. Jezus noemt zichzelf "de weg" (Johannes 14 vers 6). Volg ik die weg ook? Ga ik achter hem aan of blijf ik het zelf uitzoeken? Want Jezus blijft echt wel gebaren dat ik hem moet volgen. En zeer regelmatig gebruikt God mensen om "de weg" te vinden. Dat gebeurt op heel veel manieren. Bijvoorbeeld door onderwijs zoals bij Filippus ("Begrijpt u ook wat u leest?" Handelingen 8 vers 30), door iemand bij Jezus te brengen zoals bij de vrienden van de verlamde man (Marcus 2 vers 1 - 12) en bij de mensen die hun kinderen bij Jezus brachten (Marcus 10 vers 13 - 16). Je mag leren van anderen wie Jezus is en hoe we hem kunnen volgen in ons leven.
En dan komt natuurlijk ook de vraag of ik dat ook bij anderen doe. Help ik wel eens iemand als ik zie dat hij zoekende is? Wat is mijn rol daarin? Hoe doe ik het op een manier die bij mij past? En heb ik de lef daarin voorop te gaan om de weg te wijzen?
Die man met die helm op, fietsend op zijn elektrische fiets, zal het zich niet hebben gerealiseerd, maar hij heeft me wel aan het denken gezet.
Het was een hilarisch moment, maar ook meteen een knipoog van God!
Piet van de Lagemaat