Ik ben niet-gelovig opgevoed. Vanwege moeilijke omstandigheden lukte het mij niet om in mijn dagelijks leven rust te vinden. Toen dacht ik: ik ga eens een kerk opzoeken. Een vriendin, Bianca, zei: “Ik ga naar het Kruispunt, ga ook een keer mee.” Later liep ik ook onze voorganger Ewoud tegen het lijf. Hij zei: “Kom een keer bij ons kijken.” Dat heb ik gedaan.
Vanaf de eerste samenkomst voelde ik me binnen Geloof in IJsselstein meteen thuis. De vriendelijkheid, de manier waarop mensen worden aangesproken, geen dwangmatigheid. Het voelt voor mij als een familie.
Eind vorig jaar ben ik begonnen met de Alpha-cursus. Ik wilde weten wat geloven inhoudt. Ik heb de hele cursus afgerond. Ik weet nog maar weinig, maar ik lees kleine stukjes uit de Bijbel. Ik kreeg de tip om bij Mattheüs te beginnen. Tijdens een kerkelijke samenkomst kwam het lied “Dan zweef ik op de wind, gedragen door de Geest” voorbij. Dat kwam echt binnen. Ik merk dat de Heer met mij bezig is. Dat vind ik mooi om te merken.
Ik ben coördinator van het repair café. We zijn met z’n achten en repareren van alles – van stofzuigers tot koffiezetapparaten. Zelf repareer ik alleen kleding. Dit doe ik één middag in de week. Verder is strijken van kleding een grote hobby van mij. Dat doe ik graag om gezinnen te helpen. Ook doe ik mee aan de kookclub “Buurt in kleur”, één keer in de maand. We proeven elkaars gerechten en zetten recepten op papier.
Ik heb vijf kinderen van 41, 36, 32 en 23 jaar. Eén kind is zes weken voor de geboorte overleden. Ik heb vier kleinkinderen. Op donderdag pas ik op mijn kleindochter en haal haar op van school. Op vrijdag repareer ik kleding voor ouderen in woonzorgcentrum Ewoud. Alle ouderen zijn welkom om een bloesje korter te laten maken of een knoopje aan te laten zetten.
Sinds eind vorig jaar heb ik een relatie met Walter. Ik leerde hem kennen bij Eetsaam. Hij hoorde van mij dat ik kleding repareerde en vroeg: “Kan je gulpen inzetten?” Ik heb zijn broek gemaakt, en we hielden contact. Op een gegeven moment zag ik hem voor het eerst in de kerk. Mijn wasmachine stond toen net in brand, en ik moest wachten op geld voor een nieuwe. “Dat gaan we regelen”, zei hij. En hij heeft een nieuwe voor me geregeld.
Tijdens een zondagse kerkdienst werd de vraag gesteld wie een bosje bloemen kon gebruiken. Ik stak mijn hand omhoog: “Ja, aan Walter, mijn reddende engel.” Zo is het contact verder gaan bloeien. Toen ik op vakantie was, gaf hij aan dat hij mij miste. Na mijn terugkomst gingen we uit eten – en sinds die dag bloeit de liefde verder op.